Upfront guaranteed, zekerheid voor adverteerder of winstmaximalisatie RTL?

Vanaf deze maand is RTL gestart met een nieuwe inkoopmogelijkheid, de upfront guaranteed. Een veilingmodel dat gebaseerd is op afslag, het gewenste product wordt dus iedere week goedkoper ipv duurder per opbod. Deze methodiek is tijdens het commercieel beleid voor 2019 al aangekondigd, maar gaat nu zijn debuut maken voor de kerstperiode.

De winst voor de adverteerder zit hem volgens RTL in de zekerheid op uitlevering, het vaste uitzendschema, selectieve planning, blokexclusiviteit en 50% voorkeursposities. De winst voor RTL zit hem uiteraard in een (nog) hogere prijs voor zendtijd en snellere boeking van reclamezendtijd.

Naast het feit dat dezelfde GRP’s nu waarschijnlijk duurder verkocht gaan worden is er ook een psychologische versterking van het idee dat er schaarste is waardoor hogere tarieven (wederom) geaccepteerd worden. Dit heeft ook weer tot gevolg dat de reguliere inkoop naar alle waarschijnlijkheid tegen hogere productindexen verkocht gaan worden, want door schaarste (al dan niet in perceptie) wordt de pakketinkoop meestal ge-upgrade (lees tegen duurdere indexen ingekocht).

De snellere boeking heeft het effect dat RTL hiermee budget zal afsnoeppen van de concurrentie, zowel door de hogere tarieven als ook door voor te sorteren op de verdeling van de desbetreffende maand. Iedere budget-cut zal uiteraard niet meer ten koste kunnen gaan van de al verkochte RTL pakketten.

RTL geeft vooralsnog de garantie dat maximaal 10% van de inventory binnen deze inkoopvorm zal vallen, wat zou betekenen dat het effect ‘slechts’ minimaal zal zijn. Natuurlijk betreft het hier nu een test en zal het commercieel beleid van 2020 mede op basis van de ervaring van deze inkoopvorm opgemaakt worden.

Volgens ons is de winst voor de adverteerder minimaal en weegt deze niet of nauwelijks op tegen de hogere kostprijs. Zekerheid op uitlevering was inderdaad lastig in drukke periodes, maar door het flexibel upgraden van pakketten in de campagne was daar prima op in te spelen. Die flexibiliteit verdwijnt nu als je van tevoren al een vast pakket inkoopt.

Het vaste uitzendschema is interessant voor optimalisatie van onder andere online campagnes, maar is een gering voordeel. Selectieve planning was al mogelijk in de duurste inkoopvormen. Blokexclusiviteit en voorkeursposities zijn relatieve begrippen waarvan de meerwaarde zich lastig laat uitdrukken in een waarde, maar dienen vooral ter ondersteuning van het exclusieve karakter.

Sommige adverteerders (bijvoorbeeld parfums, zorgverzekeraars en supermarkten) zullen een uitlevergarantie willen, deze zullen wellicht willen betalen voor deze garantie. Maar zouden de echt grote adverteerders, dat zijn meestal de bovengenoemde, dergelijke afspraken niet ‘gewoon’ in hun reguliere contractvoorwaarden opnemen? Deze grote adverteerders worden ook nog het hardst getroffen door deze inkoopvorm, want hun lage contracttarieven zorgen voor een nog groter prijsverschil op een vaste afslagprijs dan bij een gemiddelde adverteerder het geval is.

Geplaatst in Televisie, TV | Een reactie plaatsen

Nieuwe radiocijfers & deepdive op Frank Dane (538) en Wilfred Genee (Radio Veronica)

De radiocijfers van mei-juni zijn er! De laatste periode voor de zomer sluit toch vaak het eerste halfjaar af. Tijd om eens naar de bepalende factoren achter de luisterdichtheid te kijken!

Voor het gemak houden we even de meest gebruikte doelgroep 25-54 jaar aan en pakken we de cijfers van het afgelopen jaar plus het lopende jaar vanuit NLO. We beginnen met de luisterdichtheid tussen 07.00 en 19.00 uur.

Algemeen

Zo op het eerste oog niet veel bijzonderheden. Radio 538 blijft weer de grootste en stijgt zelfs een beetje de laatste periode dankzij (of ondanks) Frank Dane? Radio 2 is na de Top 2000 ook weer met de voetjes terug op aarde gekomen en ook Sky Radio heeft de kerstpiek weer weggestopt. Qmusic is een lichtpuntje en bij Radio 10 is de stijging er ook wel uit, sterker nog, er is een lichte daling zichtbaar het laatste halfjaar. De markt lijkt dus enigszins te stabiliseren.

Luisterdichtheid?

Echter is luisterdichtheid een naar mijn mening slechte variabele om de radiomarkt op te evalueren, net als dat naar mijn mening de GRP bij zowel TV als radio volslagen ‘overrated’ is. Liever kijk ik naar de verhouding tussen bereik en luistertijd, deze zijn onderstaand weergegeven.

Hier over het algemeen hetzelfde beeld als in de luisterdichtheid, hoewel de oplettende lezer zal zien dat het niveau van 538 hier wel weer echt heel hoog ligt. Ook dat er daarna telkens groepjes van twee zenders zich aftekenen op vergelijkbaar bereiksniveau (R2 & Q, R10 & Sky en 3FM & Veronica).

Tweede variabele is dan zoals gezegd de luistertijd per actieve luisteraar.

Waar Radio 538 op bereiksgebied de afgetekende winnaar is, vinden we het station hier ‘slechts’ op de 4e positie. Opvallend is de piek weer op Radio 2, zowel in bereik als op luistertijd piekt deze zender met de Top 2000, dit is dan ook de reden voor het voortdurende succes van deze formule. Wat verder opvalt is hoge score van Radio 10 en toch ook Veronica. Sky Radio heeft een korte luisterduur, wat opvallend is in het concept van deze zender. Je zou immers verwachten dat door de afwezigheid van een DJ er minder irritatie zou ontstaan en door het vriendelijke karakter van de playlist er ook niet veel neiging tot zappen gestimuleerd wordt. Kennelijk dus toch niet. Tot zover het algemene beeld.

Radio 538
Eén van de meest interessante ontwikkelingen van de afgelopen tijd is natuurlijk het vertrek van Edwin Evers en de daarmee gepaard gaande start van Frank Dane in de ochtend bij 538. Vooralsnog lijkt het beeld positief op zenderniveau, voorgaande grafieken lieten immers een redelijk stabiel beeld zien. Als we inzoomen op de belangrijkste tijdvakken, de ochtend- en de middagspits, blijkt dat er toch wel een flink verlies waarneembaar is vanaf januari 2019.

Qua dagbereik in de ochtend was de eerste periode van 2019 13% lager dan dezelfde periode in 2018. In de meest recente periode (mei-juni) was het verlies nog maar 2%. De luistertijd, altijd het zwakke punt bij 538, laat eenzelfde ontwikkeling zien. Hoewel Frank Dane daar nog wat minder op goedmaakt dan op het bereik, we gaan namelijk eveneens van 13% minder naar nog steeds 6% minder in de laatste periode.

Goede ontwikkelingen dus in de ochtend van 538, maar wel prestaties die onzichtbaar zijn in het totale beeld door de goede prestaties van de heren in de middag. Coen & Sander zitten op zowel luistertijd (+5%) als ook bereik (+5%) op een mooi positief resultaat. Nu is de middag altijd een veel minder belangrijk tijdvak (lees minder verkoopbare GRP’s) dan de ochtend, maar het trekt het totaal van 538 wel mooi op. Als Frank Dane de lijn naar boven kan doorzetten (op zowel bereik als luistertijd), zit 538 op rozen voor de toekomst!

Radio Veronica
Een ander station dat een nieuwe line-up op een cruciale positie heeft gezet is Radio Veronica met Wilfred Genee. Het succesvolle (intussen Talpa) TV programma Voetbal Inside ontwikkelt zich steeds meer tot crossmediaal platform. Het is interessant om te zien hoe dit programma zich op de radio staande houdt in het geweld van de middagspits radioshows. Net als bij 538 vergelijken we het programma met het andere spitstijdvak, in dit geval de ochtendspits van Giel Beelen.

Wilfred Genee heeft een flinke dip meegemaakt in de luistertijd (van 10% stijging naar 15% daling), maar lijkt het lek boven te hebben door intussen weer op 7% stijging ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar te zitten. Op dagbereik blijft het verhaal positief, van 5% stijging inmiddels naar 19% hogere cijfers in de laatste periode.

Indien we dit afzetten tegen de kwakkelende ochtendspits dan verdient ook Wilfred Genee een enorme pluim.

Erkent radio icoon Giel Beelen krijgt de wind maar niet in de zeilen en blijft doorploeteren op een bereik rond de 2% en een luistertijd rond de 200 minuten. Cijfers die bij een dergelijk groot en vermaard station toch niet lekker zullen aanvoelen.

Overall
Al met al blijft het dus spannend hoe de radiomarkt zich verder zal ontwikkelen. Naast Veronica en 538 zijn ook de ontwikkelingen bij Radio 10 zeer interessant en ook Qmusic en Radio 2 maken de nodige pieken en dalen door. Genoeg stof dus om ook de komende tijd weer allerlei analyses op los te laten, wat we uiteraard veelvuldig zullen doen en delen op dit platform!

Geplaatst in Media branche, onderzoek, Radio | Getagged | Een reactie plaatsen

Checklist voor een goed conversie attributie systeem voor radio en tv.

Sinds enige tijd zijn er verschillende systemen in de markt die zeggen dat ze conversie attributie in kaart kunnen brengen voor radio en tv. Naast de systemen die door onderzoeksbureaus zijn ontwikkelt, zijn ook exploitanten steeds actiever op deze markt met eigen of aangekochte modellen, welke allemaal claimen de waarde van adverteren te kunnen berekenen. Onderstaand een checklist met mijn persoonlijke voorkeuren, die tenminste voor discussie kan zorgen in de bespreking van een model.

Ten eerste is het van belang welke effecten aan de media inzet (in dit geval radio of tv) toe te schrijven zijn. Over het algemeen betreffen dit slechts de zogenaamde ‘pull-visits’, dus een combinatie van direct verkeer, SEA en SEO. Je zou nog kunnen overwegen om bij de laatste twee bronnen alleen de branded searches mee te nemen. De kans dat deze door een mediacontact tot stand gekomen zijn is immers aanmerkelijk.

Verder is het van belang dat de juiste tijdsspanne voor websitebezoek in acht wordt genomen, in principe houden wij altijd 10 minuten na uitzending van het mediacontact aan. Uiteraard geteld vanaf het exacte moment van uitzending (post-buy uitzendschema) en tellen we alleen de live gekeken GRP’s, dus niet de currency (live +6 dagen).

Omdat we appels met appels willen vergelijken is het van belang om de contacten op een brede doelgroep (bijvoorbeeld 18+) te berekenen, immers is het verkeer op de website ook niet gefilterd op een RTV inkoopdoelgroep.

Vervolgens behoort een goed model te kunnen filteren op voorkomende trends en marktseasonality. Er moet een duidelijk effect van media worden geconstateerd bovenop het effect wat autonoom al zou zijn gerealiseerd. Hiervoor zijn algoritmen nodig die de situatie vlak voor de campagne analyseren en afzetten tegen de huidige situatie, zodat deze autonome stroom aan traffic van het totaal afgetrokken kan worden op iedere tijdseenheid. Alleen dan krijg je het daadwerkelijk geattribueerde effect inzichtelijk.

Om te optimaliseren naar de meest kostenefficiënte inzet moet er aan iedere spot een netto bedrag gehangen worden, wat gezien de bovenstaande variabelen nog best een probleem kan zijn (live gekeken & brede doelgroep). De kostenverdeling op basis van de oorspronkelijke inkoopdoelgroep geeft de beste resultaten.

De toewijzing van websitebezoeken aan een spot dient te gebeuren met behulp van een algoritme, want er kunnen meerdere spots op ongeveer hetzelfde tijdstip uitgezonden zijn. Door middel van modellering van alle resultaten kan een algoritme iedere spot/zender/tijdvak de juiste weging meegeven. Rechtlijnige toewijzing aan de grootste zender is zeker geen optie

In de weergave is het ons inziens van belang om de juiste volgorde van publiceren van de resultaten aan te houden. Dit begint met de contacten, vervolgens het aantal geattribueerde bezoeken en daarna de kosten per geattribueerd bezoek per spot/zender/tijdvak of een andere uit te splitsen waarde. De visuele weergave is sowieso een aandachtspunt in de meeste systemen die wij hebben gezien.

Het zou erg zinvol zijn om ook een potentieberekening weer te geven. Dus hoeveel mediadruk zou men kunnen toevoegen aan een bepaalde zender voordat er een overload plaatsvindt. Vaak ligt deze duiding echter bij de adviserende partij, want iedere wijziging heeft consequenties en vaak liggen verhoudingen vast in contracten. Het is aan de adviserende partij om de balans te vinden tussen conversie op detailniveau en breed bereik voor een juiste campagneopbouw.

Laatste punt is de autoriteit van de onderzoeksdata. Persoonlijk blijf ik voorstander van een gecertificeerd onderzoeksbureau als afzender, anders blijft het toch een beetje ‘de slager die zijn eigen vlees keurt’, ‘wij van WC-eend’ etc…

Geplaatst in attributie, conversie attributie, onderzoek, Radio, Televisie, TV | Getagged , , , , , | Een reactie plaatsen

NPO levert een bonnetje van 40 miljoen euro in bij de Nederlandse staat

Gistermiddag lekte het nieuws uit dat de publieke omroep vanaf een niet nader genoemd moment tot 20.00 uur reclamevrij gaat worden. Een volgens ons opmerkelijke stap, die moeilijk te verdedigen is los van politiek gewin en de publieke opinie.

Want wat kan de reden zijn van deze aanpassing van het huidige beleid? Indien het om de tere kinderzieltjes gaat die tegen verderfelijke invloeden van reclame beschermd moeten worden, dan is men toch wel enigszins aan de late kant. Kinderen kijken tegenwoordig meer online video dan tv via het lineaire signaal. Tevens zou men dan alleen maar de subzenders Zapp en Zappelin (NPO3) reclamevrij hoeven te maken, zonder daarmee ook de andere zenders erbij te betrekken.

Ook is het opmerkelijk dat ook de websites van de NPO geheel reclamevrij worden. Als het ergens eenvoudig is om kinderen of andere makkelijk beïnvloedbare groepen uit te sluiten van reclame is het wel online!

Radio ontspringt op één of andere manier dan weer de dans, want daarvoor gelden de regels niet. Kinderen luisteren ook nauwelijks naar de radiozenders van de NPO, of zou dit dan een commerciële afweging zijn? Na 20.00 uur luistert immers sowieso bijna niemand meer naar de radio, dus reclamevrij voor 20.00 uur zou nog een flinke kostenpost opleveren.

Over commercie gesproken, dit ‘geintje’ kost ook wel het een en ander. De STER (die de spotverkoop voor de NPO regelt) haalde in 2018 bruto ongeveer 232 miljoen euro op aan omzet uit TV commercials, inschatting is dat dit netto ca. 80 miljoen euro is. Precies de helft van deze omzet wordt vóór 20.00 uur gehaald, waardoor er een bonnetje van 40 miljoen euro (bij gelijkblijvende verdere omstandigheden) naar de overheid gaat.

De STER is overigens de TV exploitant die het hoogste omzetaandeel genereert uit het tijdvak vóór 20.00 uur met zoals gezegd 50%, bij RTL/BD is dit 46% en bij Talpa zelfs maar 32%. In spots ziet het er uiteraard anders uit, STER en RTL ‘doen’ beiden 69% van hun spots voor 20.00 uur en Talpa slechts 59%. TV wordt uiteraard niet afgerekend naar spots, maar naar GRP’s. In GRP’s doet de STER 54% van de 6+ GRP’s vóór 20.00 uur, RTL/BD 52% en bij Talpa wordt 34% van de GRP’s voor 20.00 uur gerealiseerd.

Omdat er nog maar weinig bekend is over de achterliggende beweegredenen is het lastig om een waardeoordeel te vellen. Vooralsnog ben ik het met de bvA (bond van Adverteerders) eens dat dit plan geen enkel voordeel gaat opleveren, maar een dure manier (40 miljoen euro) is om zieltjes te winnen onder kiezers.

De consequentie binnen de mediabranche zal zijn dat reclamezendtijd op TV nog schaarser zal worden, wat wederom tot hogere tarieven zal gaan leiden. RTL/BD en Talpa zullen hun geluk niet op kunnen met deze ontwikkelingen!

Geplaatst in Uncategorized | 1 reactie

De folder, compensatie of vervanging? – Deel 3/3

De tot nu toe bekende feiten uit de vorige twee artikelen op een rij:

  • In stedelijke gebieden altijd al hoogste JA/NEE en NEE/NEE sticker dekking (slechts 61% geen sticker in Amsterdam in 2017 vs. landelijk 79%)
  • Folderverspreiding in meest stedelijke gebieden is altijd al ‘lastig’ geweest voor verspreiders
  • Grootste steden zijn voorloper in het invoeren van de JA/JA sticker
  • JA/JA sticker zou binnen 4 á 5 jaar rond de 50% kunnen zitten (Amsterdam na 2 jaar op 22%)
  • De folder wordt vooral gelezen door de huidige klanten van een retailer
  • Voor omzet groei of zelfs behoud is het niet voldoende om alleen deze huidige klanten uit te bouwen, naast de folder is dus andere media inzet essentieel (nieuwe Pareto principe volgens Byron Sharp)
  • De folder is voorlopig nog wel te behouden, maar compensatie van bereiksverlies is van groot belang met name in de grootste steden

De invoering van de JA/JA sticker heeft uiteraard ook gevolgen voor het digitaal lezen van de folder, binnen alle branches wordt de digitale folder in Amsterdam intussen meer gelezen dan het landelijk gemiddelde. Hiermee wordt het altijd al lagere bereik van de folder in Amsterdam bijna geheel gecompenseerd, want in bijna alle branches ligt het Amsterdamse totaal bereik vrijwel gelijk aan het landelijk bereik. De FolderMonitor 2018 geeft hiervoor de volgende resultaten:

Er zijn twee punten cruciaal voor retailers in de komende periode. Eerste punt is dat retailers sowieso aan de slag moeten (als ze dat niet al lang deden) met aanvulling van het bereik van de papieren folder. Tweede punt is het goed blijven volgen van de JA/JA sticker acceptatie en indien mogelijk het stimuleren hiervan. We denken dus vooralsnog niet direct aan het vervangen van de folder, maar meer aan compensatie van haar (ook in het verleden al) zwakkere punten.

Compensatie van het dalende offline bereik van de folder moet allereerst gevonden worden in het digitaal verspreiden van diezelfde folder. In de perceptie denkt men dan wellicht vooral aan alle apps en websites die folders ‘doorplaatsen’, maar feit is dat 58% van de lezers van de digitale folder deze via de website of nieuwsbrief van de desbetreffende retailer lezen. Binnen de grootste steden ligt dit percentage zelfs nog iets hoger, namelijk op 60%.

De eerste stap zou dus vanuit de retailer zelf moeten komen, namelijk het genereren van een grotere en betere database voor het communiceren van de aanbiedingen via een wekelijkse nieuwsbrief. Een vaste klantenkaart is hier bijvoorbeeld een uitstekend middel voor. Ook de website en eventueel app van de retailer verdient aandacht, daar dienen de aanbiedingen eventueel via een folder applicatie goed vindbaar en zichtbaar moeten zijn en dient retargeting ingezet te worden op wekelijkse basis. Het genereren van fans op de sociale platformen kan ook meehelpen in het verspreiden van de digitale folder.

Volgende stap in de prioriteitenlijst zou een continue gecombineerde store-visits / geo-fencing campagne kunnen zijn. Hierbij krijgen winkelbezoekers aanbiedingen en/of de folder voorgeschoteld en personen die de winkel niet bezoeken, maar wel in de buurt zijn, misschien ten tijde van de lunch een specifieke verse broodjes aanbieding of iets dergelijks.

Een alternatief van de folder wordt vaak gevonden in het huis-aan-huisblad. Het bereik van beide mediumtypen kent echter een zeer grote overlap voor wat betreft de doelgroep. Het zou dan voornamelijk gaan om het cumuleren van contacten, waarvan je je af kan vragen of dat zinvol dan wel kostenefficiënt is. Voordeel van huis-aan-huisbladen is dat ze in tegenstelling tot de folder ook worden gelezen door niet-klanten van de retailer. Vanuit verschillende effectmetingen blijkt dat een advertentie in een huis-aan-huisblad voor gemiddeld 43% van de tóch bezoekende niet-klanten een grote tot doorslaggevende rol heeft gespeeld. Deze data onderschrijft de toegevoegde waarde van een huis-aan-huisblad en minder de vervangende waarde van dit medium.

Laatste punt dat we graag willen aanstippen is de veranderende winkelcultuur en de kansen die dit aan retailers biedt. In een meeting die wij recent hadden met een onderzoeksbureau en een van onze retailklanten ging het over karretjes- versus mandjes klanten. Een aanduiding die vanuit het onderzoeksbureau kwam en die eigenlijk de situatie wel zeer interessant schetst.

Een karretjesklant is dan de klant die in principe één keer in de week komt voor de wekelijkse boodschappen, meestal op één van de retaildagen (do-za). Deze klant vertoont naar verwachting ook een redelijk traditioneel mediaconsumptiegedrag en zou wellicht in de wat minder stedelijke gebieden wonen. De folder past uiteraard zeer goed bij juist deze doelgroep.

Een mandjesklant daarentegen komt bijna dagelijks in de winkel en neemt voor de korte termijn zijn/haar benodigdheden mee. Wellicht heeft deze klant ook wat minder opslagruimte voor de boodschappen en ook een kleiner gezin, want deze woont vaker in de sterk stedelijke gebieden. Wij verwachten dat deze persoon ook eerder genegen is zijn boodschappen online te doen, aangezien deze doelgroep alles online verwacht te kunnen doen, inclusief mediaconsumptie.

Bovenstaande biedt interessante insights voor de strategische gesprekken die wij met onze klanten hebben. Belangrijkste boodschap: er is geen goed versus fout of nieuw versus oud, er is een geleidelijke verandering van (media)consumptiepatroon gaande. Het is aan de retailer om daar de juiste combinatie in te vinden en wij helpen daar graag bij!

Geplaatst in drukwerksticker, Folder, Huis-aan-Huis, Media branche, onderzoek, print | Getagged , , , , , , | 2 reacties

De folder, voor behoud en uitbreiding van bestaande klanten – Deel 2/3

In het vorige deel van dit drieluik is de huidige marktsituatie van de folder in kaart gebracht, waarbij het voortbestaan onder druk leek te staan. Voor welke doelgroep werkt de folder nou eigenlijk het best en indien deze zou verdwijnen, in welke richting moet je dan de ‘opvolger’ van de folder zoeken? Twee vragen waar dit en het volgende artikel over zullen gaan!

Al in het begin van mijn carrière, intussen bijna 20 jaar geleden, was het belang van de folder duidelijk. Als ultieme omzetgenerator voor de retailsector was het ‘vloeken in de kerk’ om voor te stellen om maar een rondje minder folders te doen ten gunste van de branding van het merk. Goed te onderbouwen via modelling van short term advertising strength versus long term brand value gains. In theorie zou je door het opbouwen van een betere brand value immers onafhankelijker worden van korte termijn conversie middelen en dus over de langere termijn geld kunnen besparen en/of omzet kunnen verhogen. Destijds was het dan vaak relatief simpel TV versus de folder, uiteraard zijn er tegenwoordig veel meer smaken.

Maar is het nog steeds zo dat de folder direct omzet genereert en belangrijker nog, op welk klantsegment ‘werkt’ de folder? Recent onderzoek onder meerdere van onze retail klanten wijst uit dat het nog steeds zo is dat het merendeel van de lezers van de folder al tot de vaste klanten behoort. Sterker nog gemiddeld leest ca. 70% van de vaste klanten de folder, 55% van de af-en-toe klanten en ‘slechts’ 20% van de niet-klanten. De folder is dus duidelijk gericht op huidige klanten en heeft een beperkte rol in het overtuigen van niet-klanten.

Indien we het Pareto principe (80/20-regel) bovenop de folderresultaten leggen blijkt inderdaad dat de folder naar alle waarschijnlijkheid nog steeds de belangrijkste omzetdrijver is in de retail sector.

Vanuit de theorie van Byron Sharp (How brands grow) blijkt echter dat het principe van Pareto iets genuanceerd dient te worden en dat veel omzet ook bij de af-en-toe klanten vandaan komt. De continue inzet van media die Sharp voorstelt wordt door de meeste retailers met de folder al ingezet, maar daarmee bereikt men dus hoofdzakelijk de consument die al klant is en in mindere mate de af-en-toe klant en nog minder de niet-klant. De folder maakt klanten voller, maar zorgt slechts minimaal voor nieuwe klanten.

Folders zijn volgens bovenstaande voornamelijk gericht op de vaste klanten en worden via een primair selectiesysteem door minder frequente en niet-klanten veel minder ter hand genomen. Diezelfde niet-klanten lezen overigens vaak wel de folder van hun ‘eigen’ retailer, wat aansluit op het idee dat ieder medium zijn eigen doelgroep en dus ook specifieke boodschap zou moeten bevatten.

Sterker nog, je zou kunnen redeneren dat alleen de voorpagina van de folder gebruikt zou kunnen worden om niet-klanten te overtuigen toch de folder te lezen, dat zou de enige pagina kunnen zijn die ze wel zien. Overigens is ook de waardering van de folder, zelfs bij geforceerd bereik, één-op-één in relatie te brengen tot het ‘klant-zijn’ bij de supermarkt. Klanten waarderen de folder van hun eigen retailer hoger dan die van een concurrerende retailer.

Omdat het voortbestaan van de folder of tenminste de bereiksomvang van de folder onder druk staat zouden retailers er goed aan doen om vooral hun huidige klanten aan zich te binden met aanvullende middelen op de folder. Te denken valt dan aan het digitaal beschikbaar maken van de folder op de hiervoor gecreëerde netwerken, het opzetten van een email-database om de folder digitaal te versturen eventueel in combinatie met klantenkaart, store visits communicatie via display en video om klanten en niet-klanten verschillende boodschappen te laten zien, binden van klanten via social media, retargeting en natuurlijk het aanbieden van een goede app. Bottom line denken wij dat de aanvulling op de folder voor wat betreft de huidige klanten voornamelijk op het digitale vlak ligt.

Het eventueel (deels) vervangen van de folder is een verhaal apart, daar zal het laatste deel van dit drieluik over gaan.

Geplaatst in drukwerksticker, Folder, Huis-aan-Huis, Media branche, onderzoek, print | Getagged , , , , , , | Een reactie plaatsen

Update TV eerste 4 maanden van 2019

Nadat 2018 al een extreem jaar was voor wat betreft de TV markt met tarieven die de pan uit rezen, werd 2019 zo mogelijk nog een tandje extremer met wederom fors stijgende tarieven, maar ook nog eens de overname van BrandDeli door RTL. Voor de kijker is de waarde van zendtijd natuurlijk allemaal niet zichtbaar, toch is het interessant om ook het gedrag van de kijker weer eens in kaart te brengen. De combinatie van deze twee variabelen (prijs en kijkgedrag) bepaalt immers in grote lijnen de aantrekkelijkheid van het mediumtype.

Vaak wordt het mediumtype geëvalueerd op basis van kijkdichtheden, maar de kijkdichtheid is slechts een resultante van twee elementaire onderliggende variabelen, te weten bereik en kijktijd per kijker. Wij kijken liever naar deze twee waarden, omdat ze het succes of het verval van een bepaalde exploitant of zender beter illustreren. Onderstaand alle data obv 13+ vanuit SKO.

Bereik
De eerste variabele betreft het bereik. Het aantal personen dat per dag inschakelt op één van de zenders van de exploitant is natuurlijk van grote invloed op de performance van deze exploitant.

Over 2019 zien we bij iedere exploitant een stijging tov het vorige jaar, wat in alle gevallen betekent dat de daling is omgezet in een stijging. Bij de kleinste partijen is de stijging het hoogst zowel in percentuele stijging als in absolute stijging. Met name bij Talpa is het resultaat bemoedigend, omdat zij sneller daalden dan de rest en dat hebben kunnen ombuigen in een stijging. Ook gezien de huidige competitieve markt is een stijging van Talpa positief nieuws, daarover later meer.

Kijktijd per kijker
De kijktijd per kijker is de tweede variabele die we uitlichten. Naast het aantal kijkers dat kijkt is het ook van belang hoe lang ze kijken, omdat dit het voor een adverteerder makkelijker maakt om ze ook met een effectieve contactfrequentie te bereiken.

Ook hier zien we in zijn totaliteit een positief getal (+1,8), maar zijn het de grote exploitanten die nu wel daadwerkelijk minuten verliezen (STER -2,6 & RTL -0,8). Bij zowel Talpa (0,6) als ook BrandDeli (1,3) komen er minuten bij. De stijging bij BrandDeli is zelfs zo groot dat deze de daling in kijktijd bij RTL omzet in een plus van 0,5 op de nieuwe combinatie RTL & BD.

Overigens is de daling in minuten bij de STER goed te verklaren door het ontbreken van een groot event, want in de eerste 4 maanden van 2018 zagen we een forse piek tijdens de Olympische Winterspelen in PyeongChang. Dat in aanmerking genomen valt de daling in minuten nog alleszins mee bij de STER!

Overall TV landschap
Gezien de huidige verhoudingen in het TV landschap hopen wij dat John de Mol Talpa kan doen groeien naar een competitief niveau. Gelukkig is er al 4 jaar op rij groei te zien bij Talpa (zie zenderaandeel hiernaast), groei die rechtstreeks bij de twee dominante partijen vandaan lijkt te komen.

De overname van BrandDeli door RTL is hiermee ook direct een voltreffer te noemen voor RTL, want BrandDeli is verantwoordelijk voor de groei bij de nieuwe combinatie RTL/BrandDeli, aangezien RTL stand-alone een daling laat zien.

Op de commercieel meest interessante doelgroep 25-54 jaar zijn STER en RTL ongeveer even groot, door de toevoeging van BrandDeli is RTL dominant. Dominantie in de markt is nooit goed voor de totale markt (kijk maar naar radio), dus groei van Talpa zou wat evenwicht brengen waar de hele markt beter van zal worden!

Geplaatst in Media branche, onderzoek, Televisie, TV | Getagged , , , | Een reactie plaatsen

De folder, omzetgenerator bij uitstek onder druk – Deel 1/3

Na Amsterdam is Utrecht de tweede gemeente die de folder in de ban doet, althans dat is hoe de boodschap via de verschillende marketing- en mediaplatformen wordt verspreid. Folders zijn een essentieel communicatie kanaal voor veel retailers en de huidige ontwikkelingen binnen dit kanaal dwingen ondernemers kritisch naar hun middelen inzet te kijken. De échte ondernemer krijgt hiermee de kans om zich te onderscheiden en een voorsprong op te bouwen, natuurlijk helpen wij hem of haar daarbij graag!

Feit is dat de grootste steden voorloper zijn in het omdraaien van een opt-out systeem (NEE/NEE en NEE/JA sticker) naar een opt-in systeem (JA/JA sticker). In plaats van willekeurig in iedere brievenbus een folder stoppen en mensen zich eventueel kunnen afmelden door een sticker te plakken, wordt nu op basis van een sticker gekeken of men de folder wél wil ontvangen. Klinkt heel logisch, want dit is iets wat we online al jaren doen. Het positieve hieraan is dat er veel bezorg- en drukkosten bespaard kunnen worden, de negatieve kant is dat veel potentiële klanten niet meer in contact komen met de boodschap van de adverteerder en wellicht dus niet tot aankoop kunnen overgaan. De effectiviteit van de folder is al sinds jaar en dag zo hoog, dat de waste op verspreiding, ruimschoots opweegt tegen de omzet die het kanaal realiseert.

Dan de cijfers. Amsterdam heeft natuurlijk een flinke voorsprong genomen en dient als interessante case voor de rest van Nederland op vele fronten. Voor de data maken we gebruik van de drie meest recente jaargangen van de DoelGroepMonitor (tegenwoordig opgenomen in NPDM) zoals die door onderzoeksbureau GfK aan ons ter beschikking is gesteld (17.148 respondenten). Binnen Amsterdam zien we de afgelopen 3 jaar een stijging van de populatie met de JA/JA sticker van 0, naar 30,7K (5%) naar 152,7K (22%).

Het aandeel NEE/JA-stickers is nagenoeg gelijk gebleven (13% naar 15%), het aandeel NEE/NEE stickers is iets afgenomen (26% naar 24%) , maar het grootste verschil treffen we aan op het aandeel zonder sticker (61% naar 39%).

Kennelijk heeft de campagne en het rumoer van de retailers ervoor gezorgd dat mensen toch stickers zijn gaan plakken. Zelfs mensen die oorspronkelijk een NEE/NEE sticker hadden geplakt in 2018 zijn een JA/JA sticker gaan plakken gezien de korte rode piek in 2018.

Utrecht heeft het laagste percentage ‘geen sticker’ binnen de top 10 gemeenten (51%) en het hoogste aandeel NEE/NEE (26%) en NEE/JA stickers (23%). De impact van het invoeren van het opt-in systeem zal naar verwachting dan ook zeker wel impact hebben, maar veel minder dan in Amsterdam. De impact zal vooral in het eerste jaar liggen, daarna zal het percentage JA/JA-stickers naar verwachting ook in Utrecht tussen de 15% en 22% uitkomen als we Amsterdam als leidraad nemen.

Het zal spannend zijn wat er in het 3e en 4e jaar in Amsterdam gebeurt, mocht het aandeel JA/JA-stickers op dezelfde voet doorgroeien dan is een percentage van rond de 50% aan beschikbare brievenbussen geen onrealistische inschatting in Amsterdam. Het verschil met de 61% ‘geen sticker’ uit 2017 (was destijds dus beschikbaar) is dan niet onoverkomelijk in combinatie met de steeds uitgebreidere online mogelijkheden (oa via store visits campagnes).

Mocht de groei afvlakken tot rond de 30% dan hebben de grootstedelijke retailers een fundamenteel probleem dat een directe en blijvende invloed op de omzet zal hebben. Met alleen een online aanvulling zal dit gat niet op te vullen zijn.

Het is dus wederom aan de retailers om een goede lokale campagne te voeren om mensen aan te zetten tot het plakken van een sticker op de brievenbus én om nu al alle andere mogelijkheden te verkennen en in te zetten. Online is daarbij een zeer belangrijk en kostenefficiënt middel, maar zeker niet het enige!

In deel 2 van dit drieluik gaan we in op de doelgroep van de folder en in deel 3 maken we een rondje langs de alternatieve en aanvullende middelen op de folder.

Onderstaand ter informatie een weergave op totaal niveau, Amsterdam, de top 10 gemeenten en de rest.

Geplaatst in drukwerksticker, Folder, Huis-aan-Huis, onderzoek, print | Getagged , , , , , , | Een reactie plaatsen

Het Edwin Evers effect, gevecht om de luisteraar!

De cijfers waar lang naar werd uitgekeken zijn er, de eerste echte meting zonder Evers staat op! Laten we beginnen met het bredere kader. De luisterdichtheid, het dagbereik en het aantal beluisterde minuten van jan/feb 2019 is vrijwel gelijk aan dat van 2018. Er zijn dus geen luisteraars van het complete mediumtype afgehaakt door het vertrek van Edwin Evers.

Nu we dat hebben vastgesteld, kunnen we kijken naar de veranderingen op verschillende tijdvakken bij 538. Voor een goed beeld hebben we het prime time tijdvak voor radio geselecteerd (07.00 t/m 19.00 uur), het ochtendspits tijdvak (06.00 t/m 10.00) en het avondspits tijdvak (16.00 t/m 19.00). Te beginnen bij de luisterdichtheid, zien we direct al een flinke daling in de meest recente meting in alle geselecteerde tijdvakken.

Interessant om te weten is dan of dit vooral zit in het bereik, dus het aantal personen dat luistert, of in de duur van het luisteren, dus de luistertijd per luisteraar.

Duidelijk is dat in alle tijdvakken een afname zichtbaar is, maar dat deze in de ochtend het sterkst is met -13% (andere tijdvakken -11%).

In de luistertijd per luisteraar in minuten zien we ook een duidelijke afname. De daling in luisterdichtheid wordt dus zowel door het aantal als door de duur veroorzaakt. Niet alleen schakelen er dus minder mensen in, ze haken ook nog eens eerder af.

Als we de tijdvakken vergelijken zien we opmerkelijk genoeg dat het avondspitstijdvak (Coen & Sander) de grootste daling laat zien (-11% vs. -9% in de andere tijdvakken).

Het vertrek van Evers heeft dus geleid tot een daling op alle waarden van ca. 10%, maar laat zich met name gelden op het aantal luisteraars. Volgende vraag is dan waar deze luisteraars naar toe gegaan zijn. Welke zender heeft geprofiteerd van het vertrek van Edwin Evers?


De verwachting was Radio 10, dus dat ze binnen de Talpa stal zijn gebleven en dat blijkt ook het geval te zijn, binnen het ochtendtijdvak zelfs 39% stijging aan dagbereik! Ook Q-Music heeft flink wat luisteraars erbij mogen verwelkomen, in het ochtendtijdvak 15% en in het avondtijdvak zelfs 21%. Omdat de stijging in het avondtijdvak groter is dan in het ochtendtijdvak, zou ik deze voor een groot deel aan Q~music zelf willen toeschrijven. Een mooie prestatie die in het huidige radiolandschap zeer welkom is!

Op luistertijd weinig echt opvallende verschillen. Een mooie stijging van Slam!FM, de ochtend die stijgt bij 3FM, Ekdom die in de ochtend op Radio 10 blijft scoren en de daling bij 100%NL en 538.

Grote winnaars dus Radio 10 en Qmusic, nu maar afwachten of deze ingeslagen weg vast te houden is!

Geplaatst in Media branche, onderzoek, Radio | Een reactie plaatsen

De toekomst van de mediaplanner en -strateeg

Het toekomstbeeld voor de planner was duister, een weg die eindigde in de mist of zelfs een doodlopende weg volgens velen. Volgens de Béta aanhangers zouden algoritmen, machine learning en artificial intelligence de rol van de planner overnemen en hem overbodig maken. Vanuit de Alpha hoek kwam juist de overtuiging dat psychologie de toekomst was van de mediaplanner. Iedere planner moest een online cursus psychologie van de koude grond volgen, dan was zijn toekomst verzekerd… Of je kon een MRI-scanner op kantoor laten installere

Ik heb nieuws voor alle planners binnen de mediabranche, het vak zal nooit overbodig worden! Het zal natuurlijk veranderen, minder handmatige handelingen vereisen door softwarematige oplossingen en op die manier zullen er wel minder planners nodig zijn in de toekomst. Het voordeel daarvan is dat het werk wel leuker en uitdagender zal zijn. Mediaplanners moeten zich dan wel ontwikkelen met onderzoekskennis, data interpretatie en software begrip.

Ik geloof niet in de harde scheiding tussen alpha en bèta, net als dat ik ook niet geloof in een zuivere linkse of rechtse politiek of traditionele man vrouw verhoudingen. Wiskunde kan ons helpen om data te ordenen zoals het ook nu al doet. Data is een stevig en in mijn opinie essentieel fundament voor iedere mediastrategie, maar het moet niet de keuzes gaan bepalen. Artificiële intelligentie is fantastisch, maar het moet niet uit de ondersteunende rol komen en de macht overnemen. Mensen (tenminste de meeste) hebben één onderscheidende capaciteit ten opzichte van dieren en dat is dat ze kunnen nadenken.

Momenteel worden we overstelpt met modellen en algoritmen die ergens in een donkere kelder zijn ontwikkelt en de rol van de planner zouden moeten overnemen. Maar een model kan niet vooruitdenken, kijkt alleen naar het verleden. En dat verleden is exact zoals je het zelf voedt. De mens bepaalt vooraf welke variabelen wel of niet van toepassing zijn, maar bij de interpretatie van de uitkomsten zou de mens dan ineens niet meer betrokken zijn. Zou hij slechts een uitvoerende rol moeten hebben.

Even voor de duidelijkheid, ik ben groot voorstander van data, automatische dataverwerking door algoritmen, artificiële intelligentie ontwikkeling en van cross-mediale conversie attributie. Ik schreef begin 2012 al artikelen over cross-mediale conversie attributie betreffende een model dat ik samen met GfK heb ontwikkelt. Dit model was gebaseerd op een panelonderzoek waarbij cross-mediale contacten en contactkansen in kaart werden gebracht en werden afgezet tegen gerealiseerde conversie. Conversie kon in dit geval websitebezoek, een aankoop of zelfs een gestegen merkvoorkeur zijn. Dit onderzoek is via de meeste onderzoeksbureaus tegenwoordig uit te voeren en heb ik persoonlijk uitgevoerd voor onder andere Univé, Albelli, Fashioncheque en Basic-Fit.

De resultaten zijn indrukwekkend en naar mijn persoonlijke mening meer gebalanceerd dan de bèta modellen die ik heb gezien. Zo wordt er meer rekening gehouden met de creative en met de daadwerkelijke communicatieverwerking dan in de geautomatiseerde modellen. Dit wil niet zeggen dat de algoritmen niet zeer interessant en een waardevolle toevoeging zijn, maar ik loop liever door het midden. Eet van twee walletjes, kies het beste van beide werelden…

Geplaatst in Creatie, Media branche, onderzoek, Persoonlijk | Getagged , , , , , | Een reactie plaatsen