Actualiteitenprogramma’s vergrijzen - Artikel Volkskrant 26-10-2009

October 26th, 2009

Nederland vergrijst en de nieuws- en actualiteitenprogramma’s zullen het weten ook. De gemiddelde kijker naar programma’s als Netwerk, Nova en EénVandaag wordt steeds ouder, blijkt uit een onderzoek van het Hilversumse mediabureau M2Media. Het proces lijkt zich zelfs steeds sneller te voltrekken. Steeds minder slagen de programma’s er in jongeren aan zich te binden.

Zelfs De Wereld Draait Door, uitgezonden op Nederland 3 dat zich vooral op jongeren richt, heeft een relatief oud publiek. In oktober keken gemiddeld 152 duizend mensen in de leeftijdsgroep 20-34 jaar naar het temporijke en gevarieerde VARA-programma, tegen 208 duizend 65-plussers.

M2Media bestudeerde de kijkcijfers in de periode oktober 2008-oktober 2009 zoals verzameld door de Stichting Kijkonderzoek (SKO) en Intomart GfK. Het onderzoek werd uitgevoerd naar aanleiding van de berichten over de belangstelling van de nieuwe omroepen, PowNed en WNL, om actualiteitenprogramma’s te gaan maken. Ook Omroep Max heeft interesse getoond. Daarnaast wordt met enige regelmaat een debat gevoerd over de vermeende eenvormigheid van Netwerk, Nova en EénVandaag. Sinds Henk Hagoort, topman van de publieke omroep, die drie programma’s schaarde onder de noemer ‘drie keer de Volkskrant’, woedt de discussie voort.

Niels Bruinsma, mediastrateeg van M2Media verwerpt de redenering dat het niet uitmaakt wie naar de actualiteitenprogramma’s kijkt, áls er maar wordt gekeken. ‘Dit soort programma’s vormen een speerpunt van de publieke omroep. SBS en RTL doen nauwelijks iets op dit gebied.’ Opvallend genoeg is het aantal kijkers voor de programma’s het afgelopen jaar toegenomen. De winst wordt vooral geboekt dankzij 65-plussers. Netwerk kreeg er in die leeftijdsgroep 19 procent meer kijkers bij. De afname  in de groep 20-34 jaar bedroeg 9 procent. Ander voorbeeld: naar EénVandaag keken in oktober gemiddeld 64 duizend mensen in de groep 20 tot 34 jaar, tegen 406 duizend mensen van 65 jaar en ouder. Het onderzoek toont ook – en niet voor de eerste keer – aan dat televisie voor jongeren minder belangrijk aan het worden is. ‘De publieke omroep slaagt er steeds minder in jongeren te bereiken. Ze nemen het nieuws op een andere manier tot zich.’

Peter van der Maat, hoofdredacteur van de NCRV-tak van Netwerk, reageert laconiek. ‘We hebben er in 2008 70 duizend kijkers bij gekregen. Als dat ouderen zijn, vind ik het niet erg.’
Nederland 2 richt zich op een doelgroep van 50 jaar en ouder, aldus Van der Maat. ‘Naar Nederland 2 kijken sowieso vooral oudere mensen. Maar we proberen voor een zo breed mogelijk publiek aantrekkelijk te zijn. Voor jongeren en voor ouderen.’

Kijkers actualiteitenprogramma’s publieke omroep vergrijzen sterk

October 26th, 2009

Netwerk, NOVA én EénVandaag verliezen steeds meer jonge kijkers

HILVERSUM, 23 oktober 2009 –  De kijkers naar actualiteiten rubrieken van de publieke omroepen vergrijzen aanzienlijk. Zo heeft het  Netwerk veel moeite om jongere kijkers aan zich te binden. Dit blijkt uit analyse van mediabureau M2Media te Hilversum.

Onlangs meldde Reclameweek.nl dat de toekomst van de actualiteitenrubrieken Netwerk, NOVA en EénVandaag binnen de publieke omroep ter discussie staat vanwege de verwachte komst van Wakker Nederland en PowNed, die reeds aangegeven hebben een actualiteitenrubriek hoog op de agenda te hebben staan. De analyse van M2Media ondersteunt de noodzaak van deze discussie, want uit de cijfers blijkt een proportionele vergrijzing en een verlies aan jonge kijkers bij alle actualiteitenprogramma’s van de publieke omroep.

Zo blijkt de door de NCRV gewenste verjonging van Netwerk met de komst van presentatrice Ghislaine Plag sinds medio juli tot nu toe verre van geslaagd. Bron: SKO – Intomart GfK

Netwerk doet het voor wat betreft de doelgroep 20-34 iedere maand van 2009 slechter dan dezelfde maand in 2008, alleen mei en augustus waren iets positiever. Gemiddeld is er sprake van een daling van 9% bij deze doelgroep. Bij de oudere doelgroep 65+ scoort het programma iedere maand van 2009 beter dan dezelfde maand in 2008. Gemiddeld is er sprake van een stijging van 19% bij deze doelgroep, dit is ruim boven het vergrijzingpercentage van Nederland, dat was namelijk maar 2% (Bron: CBS).

Netwerk doet het dus beter bij de oudere doelgroep en ziet jongere kijkers afvallen. Absoluut gezien heeft het programma weliswaar meer kijkers dan voorheen, maar van de door de NCRV gewenste verjonging is vooralsnog geen sprake. Het vervangen van de ervaren Aart Zeeman door een jongere presentatrice, lijkt in ieder geval niet de oplossing.

Ook bij de andere actualiteitenprogramma’s, EénVandaag en NOVA, is sprake van een fors toenemende vergrijzing en een verlies aan jongere kijkers. De huidige actualiteiten programma’s zouden goed aansluiten bij de Omroep Max kijker. PowNed en Wakker Nederland zullen uit een ander vaatje moeten tappen om jongeren met actualiteit en achtergronden bij het nieuws te bereiken.

“A pessimist sees the difficulty in every opportunity; an optimist sees the opportunity in every difficulty.”

October 14th, 2009

Uit de WARC nieuwsselectie van vandaag (14 oktober 2009) blijkt dat in Amerika de focus meer op een positieve berichtgeving komt te liggen in de media. Uit onderzoek van Performics, een onderdeel van Publicis, blijkt namelijk dat 60% van de Amerikanen hun uitgaven gaan beperken, iets dat de afgelopen tijd duidelijk een internationale trend geworden is. Een bewijs hiervoor is de sterke groei van huismerken ook in Nederland.

Omdat adverteerders vaak A-merken zijn (er wordt vooralsnog weinig voor huismerken geadverteerd), moeten deze adverteerders hun sterke punten benadrukken om marktaandeel te behouden. Immers de hogere prijs moet verantwoord worden door een hogere waarde voor het product (perceived value vs. perceived price).

Adverteerders doen dat momenteel door positieve boodschappen. Zo is de Bank of America onder de pay off “America. Growing stronger every day.” een mediacampagne ter waarde van 27 mln Euro begonnen om haar klanten en potentials te vertellen dat ze 3 miljard dollar per dag uitlenen aan haar klanten om de economie weer op gang te helpen. Uiteraard heeft de financiële sector in Amerika ook nog wel wat goed te maken, hetzelfde kan gezegd worden over de financiële sector in Nederland. ABN AMRO (Update gesprek) is al begonnen om een dergelijke positieve boodschap te verspreiden, hoewel die timing met het omvallen van de DSB Bank toch niet helemaal ideaal lijkt te zijn.

Ook General Electrics (GE) is op de positieve toer middels de volgende statements.”manufacturing is part of GE’s belief that the American renewal is making things right here in America” en “creating the advanced technologies that create jobs.” Een andere adverteerder die vooruit wil en uit de negatieve spiraal is Levi’s, hun nieuwe pay off is “Go forth”. Levi’s hoopt de pioniersgeest van jonge mannen hiermee aan te spreken.

In Nederland zien we vooralsnog weinig positieve berichtgeving in de reclame, wel is er in de media door overheid en andere instanties genoeg positieve berichtgeving over de economie. Gezien het DSB fiasco zal het nog wel even duren voordat dit ook in de reclame opgepakt zal worden. ABN AMRO was wellicht te vroeg, toch verwacht ik dat met name de financiële sector met een dergelijke insteek zal komen. Als er ook ooit één sector was die wel een positiever imago kan gebruiken…

Reclame op de publieke omroep

August 24th, 2009

Marktonderzoeksbureau Flycatcher heeft recentelijk onderzoek gedaan naar reclame op de publieke TV-zenders. Het beeld dat geschetst wordt is dat mensen zich veelvuldig ergeren aan reclame en graag de publieke zenders reclamevrij zouden zien. Is het echt zo slecht gesteld met de publieke omroep en wat is dan het alternatief?

Reclame op de publieke TV-zenders is sinds 1976 mogelijk en is sindsdien veelbesproken. Ook het onderzoek van Flycatcher toont wat dat betreft geen nieuwe inzichten. Reclame staat bekend als irritant en onwenselijk, het tegendeel beweren is zelfs sociaal onwenselijk. Tweederde van de Nederlanders vind het een goed initiatief als de publieke zenders reclamevrij worden, echter minder dan de helft van Nederland geeft aan dat ze dan meer naar de publieke zenders gaan kijken.

Hoewel de Nederlander aangeeft reclame graag te willen weren van de publieke zenders is er dus maar een klein deel die in dat geval ook daadwerkelijk meer naar deze zenders zou gaan kijken. Verder zal het gat van de reclame-inkomsten (in 2008 226 miljoen euro) gedekt moeten worden. Slechts 9% van Nederland zou willen betalen voor de zenders van de publieke omroep, terwijl we weten dat in de praktijk een dergelijk aandeel nog veel lager uit zal komen. Het bedrag dat deze 9% zou willen betalen ligt op gemiddeld 6,40 euro per maand, wat in totaal nog geen 5% van het ontstane budgettekort is. Hypocrisie ten top dus weer. We willen geen reclame op de publieke zenders, maar willen ook niet betalen voor de programma’s die deze zenders mede door dit reclamegeld maken.

Verder vindt 71% van Nederland de publieke zenders onmisbaar en vind 78% van Nederland dat er meer ‘kwalitatieve’ programma’s op TV moeten. Je zou bijna denken dat het marktaandeel van de publieke omroep zo rond de 70% moet liggen, terwijl dit in werkelijkheid maar zo’n 35% is. Maak daar maar eens een businessmodel voor zonder reclame!

Mensen willen helemaal niet alleen maar informatieve en kwalitatieve programma’s op TV, mensen willen vermaakt worden. Is er iemand die het succes van Idols, Popstars, So you think you can dance, Sterrendansen op het ijs en andere lookalikes op een andere manier kan verklaren?

Reclame hoort hierbij en is hier zelfs onlosmakelijk mee verbonden. Grote internationale concepten (en sportevenementen) kosten geld en kunnen alleen bekostigd worden door sponsoring. Komen we dus toch weer uit bij die kip en dat ei…

De gouden recessietip voor marketeers: Investeer in effectiviteitsonderzoek

June 2nd, 2009

Ten tijde van een recessie is een budget-cut bijna onontkoombaar. Ook nu weer merken we dat budgetten teruggetrokken worden of dat er een extra inkoopronde gepland wordt om dezelfde prestaties toch nog voor een lagere prijs te ontvangen. Ook de ‘cherry on the cake’ is vaak gedoemd te verdwijnen als de kaasschaaf gehanteerd wordt evenals het budget dat uitgetrokken was voor analyse en tracking van de resultaten.

Budget-cuts kunnen er echter ook toe leiden dat budgetten verhoogd worden. In de ideale situatie weten adverteerders exact welke mediadruk per mediumtype noodzakelijk is en hoe de mediadruk verdeelt dient te worden. Helaas bestaat de ideale situatie niet en zelfs als deze wel bestond zou ze instabiel en variabel zijn gezien de vele factoren die er invloed op hebben. Mediadruk en timing kan voortdurend geoptimaliseerd worden, de enige manier om dit te doen is door resultaten in het verleden te analyseren en de toekomst hierop af te stemmen.

Een verhoging van de budgetpost analyse en tracking kan al snel het 10-voudige opleveren wanneer een TV flight bijvoorbeeld overbodig blijkt te zijn of efficiënter kan. Goed voor te stellen is de situatie waarin awareness en conversie in een bepaalde verhouding ingezet worden. Zodra de awareness eerder dan voorspelt een bepaalde positie inneemt, kan de investering in awareness afgebouwd worden ten gunste van de conversie. Meer nadruk op conversie leidt tot een hogere omzet, waardoor budgetten makkelijker te verantwoorden zijn in deze tegenwoordig door CFO’s gedomineerde markt.

Een ander mogelijk scenario is een optimalisering van de spreiding van mediadruk. Indien een analyse aantoont dat de mediadruk op een lager niveau ingezet kan worden en hetzelfde of een beter resultaat kan opbrengen is de besparing al snel zichtbaar.

Zonder analyse van de resultaten versus de inzet is een dergelijke optimalisatie onhaalbaar. Persoonlijk denk ik dat iedere adverteerder voordeel kan halen uit een betere analyse en ben ik er van overtuigd dat budget voor analyse zich altijd in een veelvoud terugbetaald. De gouden tip tijdens de recessie (en na de recessie) is dus volgens mij: Investeer in een betere en effectievere werking van je campagne door analyse en tracking!

Paniek in print

March 31st, 2009

Het Oplage Instituut (HOI) presenteerde gisteren de oplagecijfers voor het 4e kwartaal van 2008 en geheel naar verwachting is de oplage wederom gedaald.

Dagbladen
Was er vorig jaar omstreeks deze tijd nog positief nieuws te melden dat de totaal verspreide oplage van de nationale dagbladen gestegen was, gisteren bleek dat deze opleving niet consistent is. De daling in de oplage van De Pers (-38% tov Q4 2007) is de belangrijkste oorzaak van de daling van 7% op het totaal, maar de structurele daling zet zich ook nog steeds door bij de gevestigde orde.

De Telegraaf, het AD, De Volkskrant en NRC Handelsblad zijn allen gedaald in oplage, zelfs troetelkindje NRC.Next laat dit jaar een daling zien in de oplage. Het Financieele Dagblad lijkt de structureel stijgende oplage van de afgelopen jaren aan te kunnen houden, blijkbaar leidt de kredietcrisis tot een verhoogde vraag naar hoogwaardige en specifieke financiële informatie. Ook Trouw heet na een minimale daling vorig jaar de lijn naar boven weer ingezet. Gratis dagbladen Spits en Metro laten ook een stijging zien in de totale oplage, al blijft deze stijging onder de 0,2%.

Tijdschriften
Omdat er in Nederland maar liefst 297 HOI geregistreerde publiekstijdschriften zijn, hebben we alleen de huidige top 10 in bereik meegenomen in de onderstaande grafiek. Wel is op de rechteras het totaal van deze 297 publiekstijdschriften nog weergegeven middels een rode lijn.

De Donald Duck en de Quest zijn de enige titels die een oplagestijging laten zien binnen de top 10, de overige titels zijn allen gedaald in oplage in vergelijking tot dezelfde periode vorig jaar. Opvallend is wel dat de totale oplage van de 297 titels is gestegen ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar.

Overall
De betaalde massa dagbladen en magazines lijken steeds minder populair te worden, terwijl de titels die slechts een niche aanspreken (FD en Trouw bij de dagbladen, vele nichetitels bij de publiekstijdschriften) aan oplage winnen. Massa is uit, niche is in! Dit blijkt ook uit de opkomst van sociale netwerken, die in naam wel sociaal zijn, maar uiteindelijk voornamelijk gericht zijn op het ‘ik’.

Voor adverteerders betekent dit dat printplannen nog meer gericht moeten worden afgestemd op de doelgroep. Het schot hagel wordt vervangen door precisie munitie, waardoor de doelgroep-oriëntatiefase die klanten idealiter samen met strategische partners doorlopen verder in belang gaat winnen.

Variabele beloningen en bonussen voor ING bankiers

March 18th, 2009

Vandaag in het Radio 1 journaal het bericht dat in Amerika de verzekeraar AIG zwaar onder vuur ligt vanwege 165 miljoen aan bonussen terwijl het bedrijf staatssteun ter waarde van 160 miljard ontving. President Barack Obama zelf verslikte zich al bijna in zijn boosheid over deze volgens hem schandalige beloning aan falende managers. Zijn collega in de regering senator Charles Grassley ging nog een stapje verder door het Japanse systeem van Harakiri te roemen. Managers zouden volgens hem ontslag moeten nemen of zelfmoord plegen.

In Nederland is het banksysteem natuurlijk niet vergelijkbaar met het Amerikaanse of zelfs Engelse banksysteem. ING betaalde over 2008 zo’n 300 miljoen euro aan bonussen terwijl het tot nu toe 10 miljard aan steun kreeg van minister van financiën Wouter Bos. Ehm…. 10 miljard aan steun en 300 miljoen aan bonussen komt uiteindelijk op een percentage van 3% en de Amerikaanse som komt op 0,10% uit…

Voorzitter van de Nederlandse Vereniging van Banken (NVB) Boele Staal lichtte vandaag in hetzelfde Radio 1 journaal de stelling nog maar eens toe. In Amerika betrof het echte bonussen, dus extra salaris op basis van geleverde prestaties. In Nederland bij de ING betrof het niet alleen bonussen maar ook variabele delen van salarissen volgens de voorzitter.

Maar wat is eigenlijk het verschil tussen een variabel deel van je salaris en een bonus? Een bonus is toch een resultaat afhankelijk deel van je salaris op basis van presteren? Het nut hiervan is de fluctuatie met het bedrijfsresultaat. Als het met het bedrijf goed gaat, is dit (grotendeels) te danken aan het functioneren van het personeel, dus krijgt dit personeel een deel van de winst. Bij verlies echter is het systeem bedoeld om mee te fluctueren, dus krijgt ditzelfde personeel een deel van het verlies. Negatief salaris wordt niet uitgekeerd, dus is de bonus bij verlies 0 euro.

Ik zie het verschil niet meer. Ik ben groot voorstander van variabele beloningen, in mijn optiek ook wel bonusstelsels genoemd. De reden hiervoor is dat ze een bedrijf gezonder maken door aan de ene kant een incentive voor goed presteren te geven en aan de andere kant mee te bewegen met een eventueel moeilijk financieel jaar voor het bedrijf. Maar wat als de beloning alleen maar naar de pluskant uit kan vallen en niet naar de minkant? Volgens mij hebben we het dan over korte termijn visies en snelle winstpakkers en dus zeer ongezonde bedrijfsvoering.

Imagoschade en de energiemarkt

March 11th, 2009

Terwijl Natasja Froger haar uiterste best doet het imago van de Nederlandse Energie Maatschappij (NEM) op te poetsen, lijkt het alsof het imago van deze zelfde NEM haar eigen imago doet afbrokkelen. Op diverse blogs is al te lezen hoe de NEM met haar klanten omgaat en inmiddels heeft dit bedrijf al meer dan 1.000 pagina’s gevuld op het TROS Radar forum. Verder is de NEM al in Kassa en in het programma Knelpunt van Omroep Max in een negatief daglicht gesteld.

Waarom heeft een energiebedrijf een personality als Natasje Froger nodig? Natasja heeft de reputatie van Neerlands weldoener opgebouwd met haar werk als presentatrice van het SBS6 programma Hart in Aktie. Een verdere bevestiging van dit imago is tot stand gekomen door de recente SBS soap in het kader van de Voedselbank met de hele familie Froger. Dat de NEM een dergelijke personality goed kan gebruiken moge duidelijk zijn, of de bijdrage van Natasja de partijen goed zal doen is een andere vraag.

Energiebedrijven hebben een erg slecht imago, maar de advertentiemiljoenen vliegen de deur uit. In plaats van eerst de achterdeur te repareren, proberen ze vooral de voordeur wijder open te zetten. Het imago van de branche wordt er daarmee niet beter op. Vergelijkingssites die al dan niet onpartijdig zijn en niet in alle gevallen een helder beeld schetsen (exclusief lokale belastingen en heffingen etc) werken ook niet echt mee aan een beter imago.

Het hierboven geschetste probleem is niet een probleem van alleen de energiemarkt. Ook de reisbranche heeft een vergelijkbaar probleem, maar lijkt de oplossing inmiddels al te hebben gevonden. De reisbranche heeft het afgelopen jaar veelvuldig gesproken over een verbod op het communiceren van vage tarieven, maar tot dusver dit nog niet in praktijk weten te brengen. Indien dit in de toekomst wel gaat gebeuren wordt het voor de consument een stuk eenvoudiger tarieven te vergelijken. Appels, peren en meloenen worden plotseling allemaal appels!

Voor de energiebranche zou een dergelijke stap ook interessant zijn. Voor consumenten worden leveranciers ineens vergelijkbaar, waardoor een betere keuze gemaakt kan worden. Zouden alle prijsbrekers dan echt nog steeds gepercipieerd worden als prijsbrekers? En welke partijen zouden transparante tarieven tegenhouden en wat zal dit zeggen over deze partijen? Gaan met miljoenen euro’s opgebouwde imago’s met één maatregel compleet aan diggelen?

Beschouwing media-ontwikkelingen 2009

January 22nd, 2009

Terwijl de omvang van de kredietcrisis langzaam duidelijk wordt, kijken wij naar implicaties die deze in de media teweeg brengt. Naast het verdampen van 40% van de totale AEX-waarde heeft de crisis uiteraard ook invloed op de marketingbudgetten en daaruit voortvloeiende mediabestedingen. 

 

Volgens The Nielsen Company, de wereldwijde autoriteit op het gebied van mediabestedingen, zal 2009 een lastig jaar worden met veel onzekerheden. Adverteerders zouden onzeker en voorzichtig zijn en meer dan ooit op return on investment focussen. Voor het eerste halfjaar verwachte men een beperkte daling van de bestedingen en voor het tweede halfjaar werd een beperkte groei verwacht. Deze inschatting dateert van 27 november jongstleden, de kans is dus groot dat de vooruitzichten intussen wat verder naar beneden bijgesteld zijn.

 

The Nielsen Company verwachtte verder dat er meer focus gelegd zou worden op directe conversie (ROI) en minder op imago, wat direct van invloed zou zijn op de bestedingen per mediumtype. Terwijl TV de laatste jaren een constante stijging liet zien, verwacht men dat dit jaar een pas op de plaats gemaakt moet worden. Omdat TV nog steeds een relatief veilig en bewezen medium is, verwacht men geen zware daling, maar ergens rond het nulpunt uit te komen. Voor radio liggen mogelijkheden omdat dit medium zeer kostenefficiënt op conversie in te zetten is, toch gaat Nielsen uit van een minieme stijging van de radiobestedingen. Op online gebied liggen grote kansen, vanwege de meetbaarheid en targetting mogelijkheden van dit medium. Het uitsluiten van waste is immers een zeer belangrijk instrument om de ROI te verhogen.

 

De grote klappen zullen wederom vallen in de printsector. Dagbladen en tijdschriften zullen het zwaarste jaar ooit kennen. De ontlezing zal zich in 2009 doorzetten, terwijl de kosten naar alle waarschijnlijkheid zullen toenemen. Bij een meer ROI georiënteerde media-inzet zal print de concurrentie met andere mediumtypen zeer waarschijnlijk niet aan kunnen en door het snijden in de budgetten buiten de boot vallen. Hetzelfde zal gelden voor outdoor, alhoewel de positie van dit medium iets positiever lijkt dan die van print. Outdoor wordt immers vaak ook op point of sale ingezet of als massamedium voor conversie.

 

Anticyclisch budgetteren is uiteraard interessant, juist op deze moment is er immers veel marktaandeel te winnen. Helaas echter zal deze boodschap bij de meeste marketingverantwoordelijken niet in goede aarde vallen. Terwijl er van bovenaf orders worden gegeven om kosten te besparen en contracten niet te verlengen is het immers vrij lastig om meer geld vrij te maken voor marketing wanneer je weet dat 50% van het mediabudget weggegooid geld is. De focus zal dus nog meer komen te liggen op het verkleinen van deze 50%, met andere woorden het verhogen van de ROI.

Obama’s inaugural speech (transcriptie)

January 21st, 2009

Hierbij een transcriptie van de speech van Back Obama. Deze is rechtstreeks afkomstig van CNN en niet aangepast of van commentaar voorzien. Mijn persoonlijke mening is aan het eind cursief weergegeven.

In his speech Tuesday, President Obama said America must play its role in ushering in a new era of peace.(CNN) — Barack Obama was sworn in as the 44th president of the United States and the nation’s first African-American president Tuesday. This is a transcript of his prepared speech.

In his speech Tuesday, President Obama said America must play its role in ushering in a new era of peace.

My fellow citizens:

I stand here today humbled by the task before us, grateful for the trust you have bestowed, mindful of the sacrifices borne by our ancestors. I thank President Bush for his service to our nation, as well as the generosity and cooperation he has shown throughout this transition.

Forty-four Americans have now taken the presidential oath. The words have been spoken during rising tides of prosperity and the still waters of peace. Yet, every so often, the oath is taken amidst gathering clouds and raging storms. At these moments, America has carried on not simply because of the skill or vision of those in high office, but because We the People have remained faithful to the ideals of our forebearers, and true to our founding documents.

So it has been. So it must be with this generation of Americans.

That we are in the midst of crisis is now well understood. Our nation is at war, against a far-reaching network of violence and hatred. Our economy is badly weakened, a consequence of greed and irresponsibility on the part of some, but also our collective failure to make hard choices and prepare the nation for a new age. Homes have been lost; jobs shed; businesses shuttered. Our health care is too costly; our schools fail too many; and each day brings further evidence that the ways we use energy strengthen our adversaries and threaten our planet.

These are the indicators of crisis, subject to data and statistics. Less measurable but no less profound is a sapping of confidence across our land — a nagging fear that America’s decline is inevitable, and that the next generation must lower its sights.

Today I say to you that the challenges we face are real. They are serious and they are many. They will not be met easily or in a short span of time. But know this, America: They will be met.

On this day, we gather because we have chosen hope over fear, unity of purpose over conflict and discord.

On this day, we come to proclaim an end to the petty grievances and false promises, the recriminations and worn-out dogmas, that for far too long have strangled our politics.

We remain a young nation, but in the words of Scripture, the time has come to set aside childish things. The time has come to reaffirm our enduring spirit; to choose our better history; to carry forward that precious gift, that noble idea, passed on from generation to generation: the God-given promise that all are equal, all are free, and all deserve a chance to pursue their full measure of happiness.

In reaffirming the greatness of our nation, we understand that greatness is never a given. It must be earned. Our journey has never been one of shortcuts or settling for less. It has not been the path for the fainthearted — for those who prefer leisure over work, or seek only the pleasures of riches and fame. Rather, it has been the risk-takers, the doers, the makers of things — some celebrated, but more often men and women obscure in their labor — who have carried us up the long, rugged path toward prosperity and freedom.

For us, they packed up their few worldly possessions and traveled across oceans in search of a new life. For us, they toiled in sweatshops and settled the West; endured the lash of the whip and plowed the hard earth. For us, they fought and died, in places like Concord and Gettysburg; Normandy and Khe Sahn.

Time and again, these men and women struggled and sacrificed and worked till their hands were raw so that we might live a better life. They saw America as bigger than the sum of our individual ambitions; greater than all the differences of birth or wealth or faction.

This is the journey we continue today. We remain the most prosperous, powerful nation on Earth. Our workers are no less productive than when this crisis began. Our minds are no less inventive, our goods and services no less needed than they were last week or last month or last year. Our capacity remains undiminished. But our time of standing pat, of protecting narrow interests and putting off unpleasant decisions — that time has surely passed. Starting today, we must pick ourselves up, dust ourselves off, and begin again the work of remaking America.

For everywhere we look, there is work to be done. The state of the economy calls for action, bold and swift, and we will act — not only to create new jobs, but to lay a new foundation for growth. We will build the roads and bridges, the electric grids and digital lines that feed our commerce and bind us together. We will restore science to its rightful place, and wield technology’s wonders to raise health care’s quality and lower its cost. We will harness the sun and the winds and the soil to fuel our cars and run our factories. And we will transform our schools and colleges and universities to meet the demands of a new age. All this we can do. And all this we will do.

Now, there are some who question the scale of our ambitions — who suggest that our system cannot tolerate too many big plans. Their memories are short. For they have forgotten what this country has already done; what free men and women can achieve when imagination is joined to common purpose, and necessity to courage.

What the cynics fail to understand is that the ground has shifted beneath them — that the stale political arguments that have consumed us for so long no longer apply. The question we ask today is not whether our government is too big or too small, but whether it works — whether it helps families find jobs at a decent wage, care they can afford, a retirement that is dignified. Where the answer is yes, we intend to move forward. Where the answer is no, programs will end. And those of us who manage the public’s dollars will be held to account — to spend wisely, reform bad habits, and do our business in the light of day — because only then can we restore the vital trust between a people and their government.

Nor is the question before us whether the market is a force for good or ill. Its power to generate wealth and expand freedom is unmatched, but this crisis has reminded us that without a watchful eye, the market can spin out of control — and that a nation cannot prosper long when it favors only the prosperous. The success of our economy has always depended not just on the size of our gross domestic product, but on the reach of our prosperity; on our ability to extend opportunity to every willing heart — not out of charity, but because it is the surest route to our common good.

As for our common defense, we reject as false the choice between our safety and our ideals. Our Founding Fathers, faced with perils we can scarcely imagine, drafted a charter to assure the rule of law and the rights of man, a charter expanded by the blood of generations. Those ideals still light the world, and we will not give them up for expedience’s sake. And so to all other peoples and governments who are watching today, from the grandest capitals to the small village where my father was born: Know that America is a friend of each nation and every man, woman and child who seeks a future of peace and dignity, and that we are ready to lead once more.

Recall that earlier generations faced down fascism and communism not just with missiles and tanks, but with sturdy alliances and enduring convictions. They understood that our power alone cannot protect us, nor does it entitle us to do as we please. Instead, they knew that our power grows through its prudent use; our security emanates from the justness of our cause, the force of our example, the tempering qualities of humility and restraint.

We are the keepers of this legacy. Guided by these principles once more, we can meet those new threats that demand even greater effort — even greater cooperation and understanding between nations. We will begin to responsibly leave Iraq to its people, and forge a hard-earned peace in Afghanistan. With old friends and former foes, we will work tirelessly to lessen the nuclear threat, and roll back the specter of a warming planet. We will not apologize for our way of life, nor will we waver in its defense, and for those who seek to advance their aims by inducing terror and slaughtering innocents, we say to you now that our spirit is stronger and cannot be broken; you cannot outlast us, and we will defeat you.

For we know that our patchwork heritage is a strength, not a weakness. We are a nation of Christians and Muslims, Jews and Hindus — and nonbelievers. We are shaped by every language and culture, drawn from every end of this Earth; and because we have tasted the bitter swill of civil war and segregation, and emerged from that dark chapter stronger and more united, we cannot help but believe that the old hatreds shall someday pass; that the lines of tribe shall soon dissolve; that as the world grows smaller, our common humanity shall reveal itself; and that America must play its role in ushering in a new era of peace.

To the Muslim world, we seek a new way forward, based on mutual interest and mutual respect. To those leaders around the globe who seek to sow conflict, or blame their society’s ills on the West: Know that your people will judge you on what you can build, not what you destroy. To those who cling to power through corruption and deceit and the silencing of dissent, know that you are on the wrong side of history; but that we will extend a hand if you are willing to unclench your fist.

To the people of poor nations, we pledge to work alongside you to make your farms flourish and let clean waters flow; to nourish starved bodies and feed hungry minds. And to those nations like ours that enjoy relative plenty, we say we can no longer afford indifference to suffering outside our borders; nor can we consume the world’s resources without regard to effect. For the world has changed, and we must change with it.

As we consider the road that unfolds before us, we remember with humble gratitude those brave Americans who, at this very hour, patrol far-off deserts and distant mountains. They have something to tell us today, just as the fallen heroes who lie in Arlington whisper through the ages. We honor them not only because they are guardians of our liberty, but because they embody the spirit of service; a willingness to find meaning in something greater than themselves. And yet, at this moment — a moment that will define a generation — it is precisely this spirit that must inhabit us all.

For as much as government can do and must do, it is ultimately the faith and determination of the American people upon which this nation relies. It is the kindness to take in a stranger when the levees break, the selflessness of workers who would rather cut their hours than see a friend lose their job which sees us through our darkest hours. It is the firefighter’s courage to storm a stairway filled with smoke, but also a parent’s willingness to nurture a child, that finally decides our fate.

Our challenges may be new. The instruments with which we meet them may be new. But those values upon which our success depends — hard work and honesty, courage and fair play, tolerance and curiosity, loyalty and patriotism — these things are old. These things are true. They have been the quiet force of progress throughout our history. What is demanded then is a return to these truths. What is required of us now is a new era of responsibility — a recognition, on the part of every American, that we have duties to ourselves, our nation and the world; duties that we do not grudgingly accept but rather seize gladly, firm in the knowledge that there is nothing so satisfying to the spirit, so defining of our character, than giving our all to a difficult task.

This is the price and the promise of citizenship.

This is the source of our confidence — the knowledge that God calls on us to shape an uncertain destiny.

This is the meaning of our liberty and our creed — why men and women and children of every race and every faith can join in celebration across this magnificent Mall, and why a man whose father less than 60 years ago might not have been served at a local restaurant can now stand before you to take a most sacred oath.

So let us mark this day with remembrance, of who we are and how far we have traveled. In the year of America’s birth, in the coldest of months, a small band of patriots huddled by dying campfires on the shores of an icy river. The capital was abandoned. The enemy was advancing. The snow was stained with blood. At a moment when the outcome of our revolution was most in doubt, the father of our nation ordered these words be read to the people:

“Let it be told to the future world … that in the depth of winter, when nothing but hope and virtue could survive… that the city and the country, alarmed at one common danger, came forth to meet [it].”

America. In the face of our common dangers, in this winter of our hardship, let us remember these timeless words. With hope and virtue, let us brave once more the icy currents, and endure what storms may come. Let it be said by our children’s children that when we were tested, we refused to let this journey end, that we did not turn back, nor did we falter; and with eyes fixed on the horizon and God’s grace upon us, we carried forth that great gift of freedom and delivered it safely to future generations.

 

Niels Bruinsma - Mooie charismatische speech die een duidelijke nieuwe Amerikaanse wending laat zien. De Amerikanen zetten niet alleen de deur weer open naar het westen, waar ze veel goodwill zijn verloren, maar laten ook de moslimwereld weten dat ze er een nieuwe wind waait. Moslimlanden die open staan voor vrijheid en vrede zullen volgens Obama een vriend treffen in Amerika, in plaats van een op vooroordelen gebaseerde vijand.

Ik hoop dat het bovenstaande niet slechts mooie woorden zijn, ik hoop over 4 jaar deze speech terug te lezen en het idee te hebben dat Amerika echt iets bereikt heeft. De economische crisis is dan wel groter dan Amerika alleen, maar omdat Amerika nog steeds een supermacht is, zal de oplossing wel voor een groot deel daar vandaan moeten komen. En waarom ook niet, in the end that’s where it all started!